Stafstafverzorgingscompagnie

Commandant:                     Majoor Versleijen

Plaatsvervanger:                Kapitein Wending

CSM:                                     Sergeant-majoor Bekker

Hierbij een korte impressie van de Stafstafverzorgingscompagnie van 1(NL)Geniehulpbataljon KFOR-2. De basis voor deze eenheid werd gevormd door 421 Hospitaalcompagnie uit Ermelo. Onderstaande tekst is afkomstig uit het herinneringsboek van 1(NL)Geniehulpbataljon KFOR-2 en samengesteld door de compagnie zelf.

Compagniesstaf SSVcie

Het hoofd en de handen van de compagnie, daar waar alles, als het goed is, in juiste banen wordt geleid en gevallen steekjes worden opgevangen. In deze groep zitten de commandant (Maj Versleijen), de CSM (Sm Bekker), de plaatsvervangend commandant, tevens Base commandant (Kap Wending), de uiterst belangrijke kassier (Sma van Riel).

Zonder onze “handjes” en chauffeurs zouden we het allemaal niet redden en daarom zitten bij ons: Kpl Albregtse (hulp Sma, chauffeur en “tuttebel”), Sld1 van Erp (chauffeur van de CSM en “lachmonster”) en tenslotte Sld1 Berenschot (chauffeur van de majoor en “werkschuwe neet”). Als extra dimensie is toegevoegd de Base HID (Aoo van Beijsterveld). Deze is belast met het instandhouden van de base zoals onder andere het leefbaar houden van de base en de wachtregeling.

Zoals al gezegd is de ciestaf het hoofd van de compagnie. Van daaruit worden alle binnengekomen opdrachten geëvalueerd en na de juiste uitwerking doorverstrekt aan de pelotons. Deze kunnen dan hun eigen werk doen. Het is bijna onmogelijk in details te treden over de werkzaamheden. De compagnie weet wel wat er bedoeld wordt.

De SSVcie 1(NL)Geniehulpbataljon bestaat uit:

  • Compagniestaf
  • Bataljonsstaf
  • Herstelpeloton
  • Logistiek peloton
  • Geneeskundig peloton
  • Verbindingspeloton
  • Detachement Koninklijke Marechaussee
  • Explosieven Opruimingsdienst detachement

Totaal waren dat aan het begin van de uitzending 248 mensen (mannen en vrouwen).

De Bataljonsstaf

Zie Bataljonsstaf

Het Herstelpeloton

Al snel na het vertrek van KFOR 1 heeft 320 DS/AS Herstelcompagnie van 300 Materieeldienstbataljon de opdracht gekregen om een herstelpeloton samen te stellen voor 1(NL)Gnhulpbat KFOR-2. Over de definitieve samenstelling van dit Herstelpeloton is lange tijd onduidelijkheid geweest maar uiteindelijk was de kogel door de kerk. Om te mogen deelnemen aan de missiegerichte opleiding (M.G.O.) heeft het Herstelpeloton een “crash-vmo” (voortgezette militaire opleiding) o.l.v. het pelotonskader gevolgd. In dit programma is het geheugen van eenieder opgefrist inzake het schieten met het persoonlijk en groepswapen, nucleaire, biologische en chemische oorlogsvoering, geënt op de praktijk in Kosovo en natuurlijk Zelf Hulp Kameraden Hulp (ZHKH).

De groep die daadwerkelijk zou deelnemen aan de missie KFOR 2 is op 8 november 1999 onder operationeel bevel gesteld van de compagniescommandant van de Stafstafverzorgingscompagnie, de Majoor Versleijen (421 Hospitaalcompagnie). Het moet voor een majoor van de Geneeskundige dienst een hele schrik zijn geweest om zo’n groot peloton monteurs van het Herstelpeloton (47 man) voor zich te zien op het eerste appel. Gezamenlijk zijn we begonnen aan een ruim opgezette voorbereiding en met het programma waarin alle onderdelen zitten die je voor een uitzending nodig hebt.

Dit programma bestond uit een Missie Gerichte Opleiding (MGO) waarin stresspreventie, omgaan met media, rechtspositie, cultuur, militaire veiligheid, mine awareness (in Reek), omgang met gijzelingen en rules of engagement aan de orde zijn geweest. In het kader van de teambuilding heeft het Herstelpeloton nog een GV-conferentie op de Vlasakkers gevolgd. Verder hebben we op 20 december 1999 een succesvolle feestavond bij “Feesterij ‘t Tunneke” in Schijndel bijgewoond waarin we de onderlinge banden behoorlijk verstevigd hebben. Op 14 december 1999 zijn in Ermelo de containers met onze PGU beladen. De uitzending kwam nu steeds dichterbij en we waren na het beladen van de containers gereed om naar Kosovo te gaan.

Op 15 december 1999 zijn onze relaties in de Harskamp middels een thuisfrontinformatiedag voorgelicht omtrent de uitzending naar Kosovo en onze taak daarin. Tevens heeft het thuisfront tijdens die dag kennis kunnen maken met onze nieuwe collega’s. Gelukkig voor onze relaties en onszelf hebben we de feestdagen nog thuis kunnen vieren maar op 02 januari 2000 was het dan zover: We gingen nu dan toch echt weg…..

Het herstelpeloton heeft als taak het onderhouden en repareren van al het materieel dat in gebruik is bij het Geniehulpbataljon. Dit materieel bestaat onder andere uit Mercedes Benz terreinvoertuigen, zware en middelzware vrachtauto’s, kiepauto’s, graafmachines, rupsdozers, wiellaadschoppen, mobiele veldkeukens, waterwagens, YPR-pantservoertuigen, klein geniemateriaal, bergingsvoertuigen, aggregaten, enzovoort. In totaal heeft het Herstelpeloton zo’n 520 kentekens in onderhoud.

Daarnaast heeft het Herstelpeloton een regiobergingstaak die over heel Kosovo uitstrekt voor de eenheden die zelf geen bergingsmiddel hebben.

Het Herstelpeloton bestond uit een commandogroep met daarin de pelotonsleiding, het bedrijfsbureau (planning/werkvoorbereiding en voortgangscontrole), de materieelbeheerdersgroep (reservedelenvoorziening voor eigen peloton en smods van alle compagnieën) en de algemene dienstenploeg t.b.v. de interne verzorging van het peloton. 

De werkplaats is onderverdeeld in twee herstelgroepen: de herstelgroep wielvoertuigen inclusief de takelautoploeg en de herstelgroep Overig Technisch Materieel met daarin de herstelploeg bouwmachines, herstelploeg klein geniematerieel, herstelploeg YPR-onderstellen, herstelploeg YPR-wapensystemen en de hulpwerkplaats t.b.v. het lassen, plaatwerken en reparaties van zeilwerk.

Ondanks grote inspanningen van het Herstelpeloton KFOR 1 moest het Herstelpeloton van KFOR 2 beginnen met een onderhoudsachterstand van + 3000 manuren. Deze werklast heeft er voor gezorgd dat de monteurs zich gedurende de uitzending niet hebben verveeld.


Door op diverse avonden door te werken is de onderhoudsachterstand bijna weggewerkt en is de inzetbaarheid van het materieel van de klant teruggebracht naar een percentage boven de 90%. Ook het preventieve onderhoud van de klant is in de hand en is naar een hoog onderhoudsniveau gebracht. In totaal heeft het Herstelpeloton zo’n 24.000 manuren versleuteld en hebben 1750 werkorders de revue gepasseerd. De grootste werklast lag bij herstelgroep wielvoertuigen. Zij hebben zich werkelijk uit de naad gewerkt om al het correctieve en preventieve onderhoud te verwerken. Zij zijn daarin gesteund door de overige herstelgroepen die, naast hun eigen werkzaamheden en daar waar mogelijk, werk hebben overgenomen van de herstelgroep wielvoertuigen.

In het kader van de humanitaire hulpverlening heeft het Herstelpeloton ook zijn steentje bijgedragen. Het barbestuur van KFOR 1 heeft de bar aan KFOR 2 verkocht en een leverancier gevonden die het bedrag van deze opbrengst verdubbelde. Met dit bedrag zijn schoolartikelen zoals schriften, pennen, stiften en potloden gekocht die het Herstelpeloton KFOR 2 onder diverse scholen in de omgeving heeft verdeeld. De kinderen waren zeer dankbaar bij het zien van alle spullen die wij in Nederland als normaal bezit beschouwen.


Nadat alle mensen van het huidige Herstelpeloton in Prizren aanwezig en gewend waren aan de basic omstandigheden konden we met het grote werk beginnen! 

ledereen was gemotiveerd en ging vol goede moed aan de slag. Sommige mensen hadden het de eerste periode best moeilijk. Als je voor het eerst van je leven aan een ander voertuig dan een Mercedes Benz of een YA-4442 vrachtauto moet sleutelen is dat best moeilijk. Lamens ging in al zijn onschuld voortvarend te werk. Bij een onderhoudsbeurt aan een Mercedes Benz moesten de wielen gedemonteerd worden t.b.v. een inspectie aan de remmen. Normale monteurs zetten de werkplaatskrik onder de assen van een voertuig, zoniet Lamens. Hij plaatste de voertuigkrik onder de aluminium carterpan van het motorblok, krikte het voertuig omhoog met als gevolg een gat in de carterpan. De naam Peter Carterpan heeft hem de hele uitzendperiode achtervolgd.

Ronald Witte is ook van het type harde werker en lomp als een bootwerker. Zonder blikken of blozen arriveerde hij na zijn eerste recuperatieverlof een dag te vroeg op Schiphol en was vervolgens verbaasd dat hij de enige aanwezige was. Onverrichterzake is hij maar weer naar Texel teruggekeerd en heeft de volgende dag met succes nog een poging gewaagd om naar Skopje te vliegen. Tevens wilde Ronald bij het vervangen van de hefcilinder van de laadbak van een kiepauto proefondervindelijk vaststellen of zijn rechter middelvinger bestand was tegen drukkrachten. Bij het verwijderen van de steunpaal viel de laadbak op zijn middelvinger. Ronald kwam erachter dal zijn middelvinger hier niet tegen kon. Gevolg van deze actie was dat zijn middelvinger gebroken was en betrokkene heeft + 3 weken met een spalkje rond gelopen.

Remco de Graaf wilde ook als wetenschapper de geschiedenis ingaan. Remco wilde vaststellen wat de gevolgen waren als je met een voorhamer, met brute kracht neerslaat op een voile spuitbus met zwarte verf. Remco heeft als proefkonijn de gevolgen zelf mogen beleven. Op het moment dat hij de hamer met grote kracht op de spuitbus sloeg, kreeg hij vanzelf een zwarte bek. De ziekenboeg heeft met groot leedvermaak zijn gezicht gereinigd. 

De takelautochauffeurs weten ook dat het bergen van vrachtauto’s niet altijd over een leien dakje gaat. Zo ook die ene keer bij OP-B. Op die bewuste dag kregen zij ‘s morgens de melding dat er een burgervrachtauto vol met grind net buiten de poort vaststond. “Dat varkentje zullen wij wel even wassen” zeiden Kpl1 Bergstein en Kpl1 de Winter. Vol goede moed zijn zij aan het werk gegaan en hebben getracht om de vrachtauto uit de klei te lieren. Helaas pindakaas, de lierkabel was te kort en zij zijn met hun bergingsvoertuig het terrein in gereden. Ai, de wagen zakte tot aan het dek vast in de natte, kleffe klei! Om erger te voorkomen hebben zij de steunpoten laten zakken. Na veel overleg hebben ze de genietank opgeroepen en ‘s avonds na 23.30 uur was het klusje geklaard. De burgervrachtauto stond nog steeds vast maar de eigen takelwagen was geborgen. De volgende ochtend heeft de genietank de burgervrachtauto geborgen.

Het Herstelpeloton is ongewild al vroeg met de afbraak van zijn infrastructuur begonnen. In de nacht van 07 februari op 08 februari 2000 is de handenwastent door onbekende oorzaak in vlammen opgegaan. Door het snelle ingrijpen van wachtpersoneel, attente basebewoners en de wachtreserve is de schade beperkt gebleven en is erger voorkomen. Desondanks was er toch nog voor NLG 63.500,- schade aan divers materieel ontstaan. Een complete boogtent, de tentkachel, 28 nieuwe nog te monteren chauffeursstoelen van de YA-2300, een stoomcleaner, een Kärcher hoge drukreiniger zijn in vlammen opgegaan en hebben een tent en de waterwagen flinke brand- en schroeischade opgelopen. Al gauw ging het verhaal rond dat het Herstelpeloton in het kader van de redeployment in mei al reeds aan het redeploymentplan was begonnen.

Binnen het Geniehulpbataljon is ook veel aan ontspanning gedaan. De feesten waren niet van de lucht en er werden ook bingoavonden georganiseerd. De grootste animator in de organisatie van de feestelijkheden was Sgt1 van den Akker. Met zijn glimlach, zijn dubbelzinnige grappen en grollen wist hij eenieder op zijn hand te krijgen. Vooral de bingoavonden waren een doorslaand succes!


Het Herstelpeloton, samengesteld uit personeel uit een groot aantal eenheden is in de loop van de tijd gegroeid tot een hechte club. De medewerking van eenieder was groot en iedereen heeft op zijn eigen manier een steentje bijgedragen. Ik ben trots op het bereikte resultaat en ik mag me gelukkig prijzen dat ik als pelotonscommandant dit Herstelpeloton heb mogen leiden.

Namen herstelpeloton.
Commandogroep: Kap Tomas, Sgt1 de Jong (beide: 320 Hrstcie Wezep), Tlnt van Neerbos, Aoo Bosman, Sm Pruijsers, Sgt1 Hopkoper, Sgt1 van den Akker, Sld1 Ouwersloot, Sld1 van Velsel, Kpl1 Hammen (allen: 330 Hrstcie Ede).

Herstelgroep wielvoertuigen: Sm Meulenbelt (320 Hrstcie ‘t Harde), Sgt Oosterhof, Kpl ten Hake, Kpl1 Bulut, Kpl1 Duppen, Kpl Lamens, Sgt Geurts, Sld1 de Heuvel, Kpl1 de Winter, Kpl1 Bergstein (allen: 330 Hrstcie Ede), Kpl Schuurman, Kpl Roozeboom, Kpl Schippers, Kpl Trap, Kpl1 El Fartasi (allen: 330 Hrstcie Eibergen), Kpl1 Witte, Kpl1 Sanders (Beide 320 Hrstcie Wezep), Kpl Ipema (330 Hrstcie Bergen op zoom), Kpl de Vries (43 Hrstcie).

Herstelgroep overig technisch materieel:
Sm Hagen, Sgt Turenhout, Kpl1 Koopman, Kpl Hijstek, Kpl1 Geenhuizen, Kpl Scholtens, Kpl Petersen (allen: 320 Hrstcie Wezep), Sgt1 << Op verzoek onherkenbaar gemaakt >>, Kpl Jonkheer Coeverden, Kpl1 de Graaf, Sld1 Kuhnen, Sgt Rozie (allen: 330 Hrstcie Ede), Sgt van Vugt, Kpl Kempes, Kpl1 Maas, Kpl1 Verbiest, Kpl1 Mattemaker (allen: 330 Hrstcie Soesterberg), Kpl Sarink (310 Hrstcie Nieuw Millingen).

Logistiek peloton

Het logistiek peloton is een verzameling van kleinere en grotere gespecialiseerde groepen, afkomstig uit zo’n dertien verschillende eenheden. Zo is er een grote keukengroep, bestaande uit 15 personen en een grote klasse III groep, bestaande uit twaalf personen. Daarnaast zitten er nog een SMOD met een wapenhersteller en een verbindingsmonteur, een beheerdergroep, een distributiegroep en een dixigroep(je) in het peloton. Al deze groepjes hebben hun eigen specialisatie en taak en gezamenlijk zijn zij verantwoordelijk voor een groot deel van het reilen en zeilen op Canauba Hill.

Elke groep zal zich op de volgende pagina’s presenteren, de een wat korter dan de ander, om zo een beeld te geven van wat wij hier met het logistiek peloton allemaal gedaan hebben…

De Keukengroep

Op 3 januari 2000 streken de eerste koks neer op Canauba Hill, waaronder de commandant keukengroep, Sergeant der eerste klasse Blok. Onder zijn bezielende leiding heeft hij voor het KFOR bataljon steeds een zodanige “pot” op tafel weten te zetten dat we een geduchte concurrent waren van “Echos”. Dat de koks uit diverse nesten afkomstig waren, blijkt wel uit het feit dat er opeens een geheel nieuwe dimensie aan de groep werd toegevoegd en wel: een dierentuin. Dikwijls hoorde je de meest vreemde dierengeluiden die door merg en been gingen, wat soms wel enige hilariteit opleverde.

Dat doet me tevens denken aan het gegeven dat iedere groep zijn eigen muziek had, middels bij de lokale bevolking verkregen cd’s. Dit betrof niet zozeer de muziek als wel het geluidsniveau waarop deze werd afgespeeld. Wat te denken van een Vivaldi die zich duidelijk met zijn jaargetijde overspeelde! Ook werden wij bijna dagelijks geconfronteerd met diverse bulkende en boerende koks Zij deden zulks met een vermogen er een wedstrijd mee te kunnen winnen. Deze uitzending is er een geweest om nooit meer te vergeten, al was het alleen maar om de interne voetbalstrijd die steeds werd uitgevochten, zonder dat daar overigens fysiek geweld aan te pas kwam, en onze Formule-1 fanaten! Die groep speelde het klaar om ‘s nachts de prestaties van meneer Verstappen live te volgen, wat zich overdag natuurlijk wreekte.

Laten we het specifieke onderhoud aan de branders niet vergeten. Patrick, jongen je deed het goed. En onze keukenprinsesjes, die houden bij ons en de manschappen het moreel hoog! Ook het Friese volkslied heb ik menigmaal mogen aanhoren, en wat te denken van onze “Tukkers’? Kortom alle provinciën waren vertegenwoordigd. Verder moet nog gezegd worden dat Michel zich als een ezel twee maal aan dezelfde deksel stootte. Wat te denken van de kok die een ketel liet droog koken, wat gelukkig zonder gevolgen bleef. Dan de kok die mij voorstelde om de messen bij een plaatselijke winkelier te laten slijpen. Hij had later spijt van zijn daad; er was namelijk een kok die zich drie maal in zijn handen sneed, en wel zodanig dat de laatste snede gehecht moest worden. Daarbij kunnen we de diverse verjaardagen die we (allen) onderling vierden, al dan niet met taart ondersteund, niet vergeten.

Toen mij gevraagd werd om een stukje over de keukengroep te schrijven die uitgezonden is geweest tijdens KFOR 2, begreep ik dat ik mij op glad ijs waagde. Je kunt namelijk niet de hele groep bij naam noemen. Ik heb dat ook niet geprobeerd. Eenieder zal de situaties herkennen en er thuis nog eens om kunnen lachen als hij de bijpassende beelden voor ogen haalt, markante figuren (zeer zeker onze sergeant) heb ik bij naam genoemd zonder de rest tekort te willen doen.
Jongens mij rest u allen nog veel succes in uw verdere carrière toe te wensen al dan niet bij “onze Landmacht” En bedankt voor deze uitzending, en in het speciaal bedank ik Marcel Blok, bedankt.

De klasse III groep (brandstof, olie en smeermiddelen)

Hallo KFOR 2, wij zijn de bikkels van klasse III (diegenen die jullie van de winter warm hebben gehouden.)

Ons clubje bestaat uit twaalf personen waaronder twee vrouwen. Wij hebben als taak kerosine te halen en te verspreiden op Canauba Hill. Dat halen gebeurt bij de Franse bravin nabij Pristina. Met een BTM wordt daar 21.500 liter kerosine (F-63) geladen. Voorheen reden we bijna elke dag op en neer, maar nu het warm begint te worden rijden we nog maar een of twee keer per week. De werkdruk die wij van de winter hebben gehad, is nu al aardig over. De kachels in het legeringsgebied en de werkplaatsen worden nu niet meer afgetankt. Alle aggregaten en voertuigen blijven wel voor onze rekening, daarbij aftanken van de ‘Bauhof’ en bij bouwprojecten van de Genie. 

Bestellingen van olie en smeermiddelen, die wij weer opslaan in drie containers, wordt ook door ons gedaan. Met een BDM zorgen wij voor de verspreiding van kerosine over de compound. Je zult ons vast wel eens gezien hebben met een spuitpistool om één van de bijna honderd 200-litervaten te vullen of een van de vele aggregaten. Hoe kouder het was des te meer wij moesten aftanken, soms verbruikten wij wel 35.000 liter kerosine op een dag. Nu het beter weer is en de kachels niet meer op standje kernexplosie staan, verbruiken wij nog maar rond de 8.000 liter kerosine op een dag. Het verbruik van de bospomp is daarentegen toegenomen. In totaal hebben wij meer dan 2 miljoen liter verbruikt in zes maanden tijd, en met KFOR 1 erbij wel vier miljoen liter.

De beheerdersgroep

  • Aoomb de Kok (910 vzgdep Amersfoort)
  • Smmb Brocx (910 vgzloc Soesterberg)
  • Kpl1 van Wijk (430 zaucie)
  • Kpl Nijhuis (421 hospcie)

Zo zie je, we zijn overal vandaan geplukt en pas in de MGO hebben we met elkaar kennis gemaakt. In verschillende rotaties zijn we naar Kosovo vertrokken en eenmaal compleet zijn we begonnen. Wij beheren al het materieel van 1(NL)Geniehulpbat dat bestaat uit zes elco’s (compagnieën). In de praktijk komt dat op het volgende neer:
Alle vervangingen, vermissingen, aanvullingen en inleveringen worden door ons verwerkt door middel van het zogenaamde Bedrijfs Besturings Systeem (BBS). Drie maal per week komt er aanvoer van materiaal vanaf het NSE te Skopje. Alle goederen (behoudens voeding en brandstoffen) die op de base aankomen worden door ons gelost en verstrekt aan onder andere onze collega’s van het herstelpeloton, de Dutch Army Shop, Echo’s, ‘Bauhof’ en natuurlijk aan onze eigen klanten. De contactpersonen bij de compagnieën zijn de sgt\sm distributeurs.

Retourgoederen worden administratief verwerkt en gaan naar verschillende bestemmingen in Nederland. Ook alle onderhoudsartikelen plus schoonmaakartikelen vragen we aan en verstrekken we, evenals de munitie want schietoefeningen houden we hier ook. 
Toen we hier begonnen was het een chaos; er lag een bak vol bonnen en ook in de containers stonden spullen waarvan niemand wist van wie ze waren en wat er mee moest gebeuren. Na ongeveer zes weken hadden we alle achterstand weggewerkt. Ook kregen we toen versterking van de sm van der Vlies van de Sectie S4, hij werd de schakel tussen ons en de Sectie S4.

Langzamerhand gaan alle eenheden spullen afstoten voor de terugkeer naar Nederland dus zijn we bezig om het materiaal weer af te boeken uit de bouwstenen om het te kunnen inleveren of over te dragen. Ook gaan we helpen met het beladen van de containers en zullen de vrachtbrieven en PWO’s (Paklijst Waarde Opgave) tot onze werkzaamheden behoren.

Het is een leuke uitzending geworden als beheerdergroep en we hebben dan ook een lekkere drukke tijd achter de rug.
Wij hopen dat we er in geslaagd zijn er voor de SSVcie te zijn en niet andersom. We hebben ons werk met veel plezier gedaan en kunnen terugkijken op een leerzame en onvergetelijke periode in ons leven.

De DIXI groep

“You deliver, we collect”

Overal waar mensen leven wordt gegeten en gedronken en waar gegeten en gedronken wordt, wordt naar verloop van tijd ook gebruik gemaakt van het toilet. Op onze base hebben we de beschikking over normale toiletten en dixi’s. Op de buitenlocaties kunnen we echter alleen maar terugvallen op de dixi’s. Vanwege het feit dat we zelfs op dit kleinste (nood)kamertje op ons gemak willen zitten, en een schoon toilet zeker een moreelverhogend effect heeft, is de dixigroep altijd een welkome gast op de bouwlocaties. In een uitzendgebied is ze daarom echt onmisbaar. Fijn ja hoor, wij, Sld Jeroen Veenman en Sld Bianca Keijzer, waren uitverkoren deze taak te vervullen.

Op 14 december 1999 vertrokken we naar Kosovo en hebben eerst een maand samengewerkt met KFOR 1. Na een gezellige periode met de eerste ploeg, kerst, oud en nieuw en géén “two-can-rule” stonden we er plotseling alleen voor. De Dixi-ploeg werd gereduceerd van zes naar twee man en de eerste maanden werkten we van 0800 tot 2100 uur. We hadden Dixi’s staan in Orahovac, Suva Reka, Klina, route Lion, enz,enz en natuurlijk op Canauba Hill. 

Verder deden we nog de wasregeling bij de natte fabs. Te veel werk voor twee man, dus werd Orahovac, en Suva Reka overgenomen door de Dixi-ploeg van de 41 Afdeling. 

Het weer zat ook vaak tegen. Vanwege de extreme kou, er werden temperaturen van -30 graden Celsius bereikt, raakte het afzuigsysteem menigmaal door ijsvorming verstopt, met alle gevolgen vandien…….. Shit happens… 

Na deze winterse periode kwam gelukkig de lente en dan gaat het slurpen opeens een stuk makkelijker!

Het Geneeskundig peloton

Op 8 november 1999 is dit peloton samengesteld te Ermelo, het bestaat uit een Commando groep (1x Pc, 1x Opc, 1x ch ad), een Hulppostgroep (1x hid, 2x arts en 6x sld gwvzg) en een Ziekenautogroep (9x oon en 9x kpl/sld gwvrv), tijdens de uitzending zijn we nog versterkt met een fysiotherapeut.
Dit gezelschap bestond uit mensen van 421 Hospcie, 430 Zaucie,130 Rayonvbdcie, 115 Divvbdbedcie, diverse mensen van Gezondheidscentra uit Apeldoorn, Ermelo, Garderen, Weert en Harskamp, en zelfs twee onderofficieren van de Koninklijke Marine. 

In Ermelo zijn we voorafgaand aan de Missie Gerichte Opleiding begonnen met de Geneeskundige kennis weer op te toppen, na de MGO zijn wij op eindoefening gegaan naar Fürstenau in Duitsland en aansluitend met inschepingverlof.

In januari 2000 zijn we in enkele slagen in het inzetgebied gearriveerd, en na een overdrachtsperiode van enkele dagen onze werkzaamheden begonnen.

Die werkzaamheden bestaan uit, het houden van dagelijkse spreekuren op de hulppost, door het hulppostpersoneel, en het ziekenautopersoneel steunt de projecten van de Gncie, Pagncie en ADOstcie en begeleidt de transporten van de Tcie. Verder steunen ze de EOD in hun werk.

De Bataljonshulppost

Eigenlijk ons mini gezondheidscentrumpje. Wij huisvesten hier de dokters, fysiotherapeut, medisch personeel, apotheek, administratie, verpleegafdeling en nog wat voorraad voor van alles. Verder zit hier ook een stukje van de pelotonscommandogroep. Tenslotte, wat ook erg belangrijk is de P.O.R. (Personeels Ontspannings Ruimte).
Wij zorgen hier dus voor onze zieke medemens (en in de P.O.R. ook voor onszelf). Op zich zijn wij hier een op zich zelf staande Toko die wij hier met veel plezier runnen. Gelukkig krijgen we van het hele geniehulpbataljon veel sponsoring in de vorm van die zieke medemens. 

Ook het Contco en het NSE doen goed mee. Men komt hier over het algemeen om de arts te spreken en dat is altijd mogelijk. De arts bepaalt dan welk traject er gevolgd moet worden om deze zieke medemens zo snel mogelijk weer op de been te krijgen of te houden. Met medicijnen, opname in het ziekenhuis (of op onze eigen verpleegafdeling) of fysiotherapie. Soms willen we ze ook wat rust voorschrijven, maar dat is maar zelden! Als er medicijnen uitgegeven worden, komt ons medisch personeel in actie: er wordt gekeken, gecontroleerd en uitgegeven. Altijd met uitleg en advies.

Alle bezoeken worden nauwkeurig geregistreerd in onze computer. Mocht het zo zijn dat een zieke medemens naar het ziekenhuis afgevoerd moet worden (een Duits noodhospitaal in Prizren), dan wordt hij/zij daar netjes naar toe gebracht. Soms gebeurt dat door het hulppostpersoneel en soms door het ZAU personeel (=Zieken Auto). Deze mensen zorgen daar, dat alles geregeld wordt, zodat iemand daar wordt geholpen of een eventuele opname krijgt. Mocht het zo zijn dat er mensen fysiotherapie moeten krijgen, dan wordt dat via de arts gespeeld. De arts schrijft dan een verwijsbrief voor de fysio en die kan daarmee aan de slag. Het masseren, oefenen, trainen en zweten kan beginnen!! En dat alles om de zieke medemens weer snel op de been te krijgen. De fysio werkt niet alleen in Prizren maar ook in Orahovac, Suva Reka en op het NSE in Macedonië (over het algemeen niet zo’n grote posten aangezien het niet zo’n grote bases zijn).

Soms als het zo erg gesteld is dat een zieke medemens zo ziek is dat hij niet zijn/haar bed uit kan, is het mogelijk dat de arts een “huis” cq. “tent” bezoek doet (afhankelijk van hoe deze persoon zich hier thuis voelt). Eerst gaat er een delegatie van hulppost medewerkers op onderzoek uit en als het echt heel ernstig is sturen ze de dokter er op af.


Ook worden er hier oefeningen gedraaid om ons scherp te houden, met zwaar gewonde medemensen. Erg leerzaam en erg spannend!!
Dan is er ook nog de poli. Hier worden alle acute letsels behandeld. Koelen van enkels, hechten van allerlei wonden, temperatuur meten, ontsmetten van wonden, tapen, pleisters plakken, sodabadjes verzorgen, sociale gesprekken voeren en nog veeeeeeeel meer. Het drukste en meest gevarieerde deel van de BHP.
Het is hier eigenlijk gewoon een mierennest van mensen, zowel de zieke medemens als medewerkers die door elkaar en met elkaar iedereen zo goed mogelijk probeert te laten functioneren. Het kan ook wel eens zo zijn dat het allemaal niet zo lukt als wij in gedachten hadden en dan moet een zieke medemens toch terug naar Nederland om daar verder opgelapt te worden. Want we kunnen hier wel veel, maar nog steeds niet alles.

Nu weten jullie globaal wat we hier doen. Bij deze willen wij ook iedereen bedanken voor de sponsoring; dat jullie je met zoveel elan hebben ingezet om ons bezig te houden, met name de mensen die ons nachts uit bed belden voor dingen die allang geregeld waren of best even konden wachten (maar ja, daar zijn we ook voor!!).


Nog wat cijfertjes:

  • 2000 zieke medemensen;
  • 150 zieke fysio medemensen
  • 15 zieke verpleeg medemensen
  • 250 zieke poli medemensen
  • 1100 recepten uitgegeven
  • 30 ziekenhuis verwijzingen
  • 46000 liter water verbruikt (m.n. handen wassen en schoonmaken)

De Ziekenautogroep

Een van de overige dingen waar het geneeskundig peloton zich mee bezig hield, was bergredding. Alle ziekenauto’s hebben een zogenaamde bergreddingsset aan boord. Doel van deze set is om gewonden op een moeilijk bereikbare plaats te kunnen bereiken. In de set zitten verschillende lijnen, klimgordels, materialen om af te dalen, materialen om te stijgen en een speciale stretcher om de gewonde in omhoog te halen. Gelukkig hebben we de set niet bij gewonden hoeven te gebruiken. Toch zijn de materialen, kennis en vaardigheden voor wat betreft de bergredding gebruikt, bij het recreatieve bergprogramma dat in samenwerking met de sport en de bataljonsstaf is opgezet. Ook zijn de kennis en het materiaal in twee dorpjes gebruikt om een marineduiker van de Explosieven OpruimingsDienst af te laten dalen (en natuurlijk ook weer omhoog te halen!) in een waterput. Het vermoeden bestond namelijk dat er explosieven op de bodem van de putten lagen. In het eerste geval bleek dat terecht. In het tweede geval was het loos alarm. Het spreekt natuurlijk voor zich dat je met het diploma bergredding op zak er nog niet bent. Daarom is, op de momenten dat ons rooster het toe liet, ook geoefend met het bergen van slachtoffers en het op peil houden van de knopenkennis.

Een blik in een dagboek van het leven op een ziekenauto:

  • Zondag 09-01-’00
04.15 uur opgestaan. Slecht geslapen omdat er nog tot diep in de nacht feest werd gevierd door de mensen die hun uitzending erop hadden zitten. Zou ik ook gedaan hebben. Bij een steunverlening buiten de compound moet je standaard drie gevechtsrantsoenen en zes flessen water per persoon in je voertuig bij je hebben. In verband met bevriezen stop je alles pas in het voertuig voordat je vertrekt. Zeker het infuusmateriaal kan je na het bevriezen weggooien. Met de zau zijn we achteraan in de colonne, met de Tcie naar Klina gereden. Daar hebben we de gehele dag gestaan bij het beladen van de containers op de trein. Het was een zeer lange dag. Helaas voor ons geen uitgebreide brunch op zondag. Om 20.00 uur waren we terug. Wat eten en dan naar bed. De volgende dag weer vroeg op.
  • Zaterdag 29-01-’00
Met de EOD mee op rit naar een gebied dat ten noorden van Suva Reka ligt en waar ze munitie tot ontploffing brengen. Om 09.00 uur vertrokken. De route is schitterend. Op het hoogste punt even snel een foto gemaakt van de bergen met een aparte mistsluier. Alle volle magazijnen en losse munitie die de afgelopen maand verzameld zijn, worden in een grote metalen kist gedaan of in de grond verstopt. Deze munitie is allemaal afkomstig van de UCK-strijders. Nadat we de wegen aan beide zijde afzetten worden de ladingen tot ontploffing gebracht. Via de portofoon wordt er afgeteld zodat je ongeveer weet wanneer je de camera kan gebruiken. Altijd handig als je een leuk kiekje wil maken! Wat een enorme knallen zijn dat. Daarna even naar het resultaat kijken. Altijd leuk om te zien. Op de terugweg gaan lunchen op het Duitse kamp in Suva Reka. Ik heb me bijna misselijk gegeten. Ravioli met tomatensaus en een yoghurt met echte frambozen erin. Veel te lekker!! s’ Avonds om 20.00 uur de Z1-dienst ingegaan (Standby met de zau voor de hulppost).
  • Donderdag 16-03-’00
Z1-werkzaamheden gedaan. Dit houdt in: aggregaten van de hulppost controleren op olie en brandstof, het meten van het chloorgehalte in het water van alle doucheruimtes bij de slaaptenten en eventueel chloor toevoegen in de watertanken en de ontspanningsruimte van de hulppost schrobben. Verder moet je vierentwintig uur paraat zijn om eventueel uit te rukken als er iets op het kamp of iets buiten het kamp gebeurd. Ik heb ook nog bingokaarten gekocht voor de bingoavond van zaterdag in onze stafbar. In Nederland doen we dat ook altijd. Oeps, mijn neus groeit!! ‘s Avonds sporten.
  • Woensdag 29-03-’00
Om 05.15 uur opstaan. Wel erg vroeg hoor! Gaijrak is een behoorlijk eindje rijden waardoor je al veel aan werktijd verliest. Het ligt in het midden van Kosovo in de buurt van Malisevo. De Pagncie en de ADOstcie gaan er vandaag weer flink aan de slag met het repareren van huizen en maken van funderingen. Gelukkig is het weer zonnig waardoor je lekker buiten kan gaan zitten schrijven of lezen tussen de koeien en schapen. Als je hier je ogen sluit lijkt het net alsof je in de alpen bent. Ook weer een aantal V.I.P. bezoekjes. Gelukkig konden we een ‘vipper’ nog een plezier doen met een paracetamolletje tegen de hoofdpijn.
  • Woensdag 24-05-’00
De EOD en de zau zijn ‘s ochtends om 08:30 vertrokken naar plaats van bestemming en de plek die was afgesproken met de mensen van ICTY om te verzamelen. De Duitsers waren grote rubberen boten aan het klaar maken voor de tocht naar de overkant. Toen iedereen er was, heeft Ron (EOD) een praatje gehouden over wat wel mocht en wat niet, i.v.m. het gevaar op mijnen en uxo’s. Toen we het allemaal hadden begrepen, zijn we met de grote boten naar de overkant gegaan. Voorzichtigheid was geboden, omdat ‘locals’ hadden gezegd en gezien dat er mijnen en struikeldraden in de rivier lagen . Toen we aan de overkant waren, hebben Ron en Herwin (EOD) een pad gemaakt, zodat ICTY en wij veilig konden lopen en werken. Toen dat klaar was, kon ICTY de graven openen en leeg halen. Er was een patholoog-anatoom bij, die legde mij van alles uit en beantwoordde bereidwillig al mijn vragen. Een tweede rubberboot zocht de oever af naar meer graven en mijnen/uxo’s. In die boot zat iemand van UNMIK, iemand van de EOD en sgt1 de Mari (GNK).
Van de gevonden graven werden foto’s gemaakt door ICTY i.v.m. de bewijsvoering voor het Joegoslavië Tribunaal, daarom werd ons verzocht om niet zelf foto’s te maken. Toen alle drie de graven leeg waren gehaald zijn we met de drie extra passagiers terug naar de overkant gegaan. Daar hebben we alles weer opgeruimd en zijn we terug gegaan naar de base. Het was een van de interessantste steunen die ik tot nu toe heb gehad.

Het Verbindingspeloton

“Bel 115 en wij verbinden u door.”

In de periode van 3 tot en met 12 januari 2000 zijn 20 leden van 115 Divvbdbedcie (MND(C)) Kosovo binnengestroomd om als verbindingspeloton van KFOR 2 te gaan optreden. Gedurende een korte, maar zeer hectische periode, is getracht de veelheid aan verbindingsmiddelen en systemen zo goed mogelijk over te nemen, om zodoende de ondersteuning van de command en control structuur van het nieuwe bataljon te kunnen waarborgen.


Satellietsystemen zoals de KL/VSAT en Satcom B,C en M, HE Collins radio’s, VHF radio’s FM9000, FM4600 en FM3600, portofoons, videoconferencing-apparatuur, een grote variëteit aan eindapparatuur en niet te vergeten een geleasd KPN-Telecom GSM-systeem behoorden van de ene op de andere dag tot de inventaris van het nieuwe verbindingspeloton. Dat dit het nodige kunst- en vliegwerk heeft gekost, is en zal een van de best bewaarde geheimen van de Verbindingsdienst blijven. 

Al na enige weken begonnen de stukjes behoorlijk op hun plaats te vallen en kon er steeds klantgerichter gewerkt gaan worden. Helaas was dit voor een aantal van onze collega’s (Sgt1 Koekoek, Kpl van den Enk, Sld1 Belderok, Sld1 Neijman en Sld1 Salm) ook het moment dat duidelijk werd, dat het comcen voor de Bauhof niet langer noodzakelijk bleek te zijn. Na een korte periode van onzekerheid, werd ook voor hen een passende oplossing gevonden, in de vorm van een overplaatsing naar SFOR (Banja Luka) als voordetachement van het nieuw te formeren verbindingsondersteuningsbataljon.


Daarmee bestond het verbindingspeloton voortaan uit 15 personen, een comcengroep ter grootte van negen personen (Sgt Vos, Kpl1 Mingels, Kpl1 Mollema, Kpl1 Williams, Kpl Sedney, Kpl Epskamp, Sld1 Cristian, Sld1 Waanders en Sld1 Dongen), een lijngroep ter grootte van vijf personen (Sgt Verstege, Kpl1 van der Veen, Sld1 van Rhee, Sld1 Hardley en Sld1 Heupink) en een pelotonscommandant annex plaatsvervangend hoofd Sectie S6 (Elnt ‘t Hoen).

Zonder noemenswaardige problemen of incidenten heeft dit peloton, te oordelen naar de diverse zeer positieve reacties van de klant, zich met verve van haar taak gekweten. Of dit nu moest gebeuren bij temperaturen ver onder het vriespunt of onder subtropische omstandigheden, het bericht moest en ging gewoon door. Buiten het verwerken van talloze faxen en e-mails, het beantwoorden en doorleiden van ontelbare telefoontjes, het repareren van vele storingen en het 24 uur per dag beschikbaar zijn voor iedere vraag op verbindingsgebied, wist dit mini-peloton ook nog eens de veruit snelste man en tevens de sterkste man (bankdrukken) van de base te leveren.

Dat daarnaast bijna ieder apparaat waar stroom en/of signaal door loopt, bij het opzetten of verhelpen van storingen ook tot de competentie van de Verbindelaar wordt gerekend is een bekend fenomeen. Maar ook deze taak hebben we met veel plezier uitgevoerd, zodat met name vele kampbewoners toch in staat werden gesteld af te stemmen op het door hen gewenste televisieprogramma.

Niet alleen onderling was er sprake van een prima samenwerkingsverband, maar ook met onze Duitse collega’s verantwoordelijk voor het aanwezige AUTOKO-systeem (vergelijkbaar met het Nederlandse ZODIAC-systeem) zijn de verhoudingen altijd optimaal geweest, wat mag blijken uit de talloze barbecues, gezamenlijke maaltijden en overige activiteiten die georganiseerd zijn. Tevens zijn in onze bar, veruit de gezelligste van het kamp, vele functionarissen en zelfs Erik Hulzebosch op bezoek geweest en waren de verbindelaren graag geziene gasten op spontaan opbloeiende zomeravond party’s waar ook op het kamp.
Zeker de verlofperiodes hebben door de beperkte omvang van het verbindingspeloton een zware wissel getrokken op het achtergebleven personeel. Echter juist in een van die periodes werd tussen neus en lippen door begin mei, de taak van het comcen van het contingentscommando overgenomen. Nu mocht het verbindingspeloton nog meer personen tot haar toch al omvangrijke klantenbestand gaan rekenen. Maar onder het motto ‘hoe meer zielen, hoe meer vreugde’, is ook deze klant van de nodige gespreksstof en bits en bytes voorzien.

Hoewel de redeployment op het moment van schrijven nog maar in haar kinderschoenen staat, mag gezien de al vertoonde inzet en professionele houding, ook deze zeer omvangrijke operatie met het nodige vertrouwen tegemoet worden gezien. Eindeloos veel werk moet nog verzet worden, inname van talloze verbindingsmiddelen, het in fasen steeds verder verminderen van de comcen capaciteit, afstoten van voertuigen en containers, maar als op 3 juli 2000 volgens planning de laatste verbinding gesloten wordt en het laatste personeel de terugverplaatsing naar Nederland aanvangt kan besloten worden met een …. “waarlijk Nuntius Transmittendus, Comcen Prizren signing off.”

De Koninklijke Marechaussee

Na de beelden van de vluchtelingenstromen in Kosovo, vorig jaar, greep de NAVO in. Met het binnentrekken van de NAVO in Kosovo werd door Nederland een geniehulpbataljon meegestuurd. Doordat in het bataljon veel zwaar materieel aanwezig was werd er ook een peloton van 103 Eskadron KMAR meegestuurd. Onder vaak primitieve omstandigheden hebben zij in de beginperiode gewerkt in Prizren.

Door het vertrek van Servische politie was een machtsvacuüm ontstaan, dat werd opgevuld door KFOR-MP eenheden. Deze taak zou gefaseerd en zo spoedig mogelijk worden overgedragen aan het tijdelijk gezag in Kosovo, UNMIK (United Mission in Kosovo). Deze UNMIK organisatie heeft voor het eerst in de geschiedenis van VN uitzendingen een eigen uitvoerende politiemacht, UNMIK-Police. De vulling van deze UNMIK-police verliep vanaf het begin moeizaam en er zijn tot op de dag vandaag problemen om de complete politiezorg te verzorgen. Er was berekend door de VN dat er 3000 agenten benodigd waren, later werd dat getal bijgesteld met nog eens 3000.

Eind januari 2000 waren er slechts 1971 man ingezet door de VN. Voornaamste reden, de aarzeling van aangesloten landen om hun politiemensen aan de risico’s van een crisisbeheersingsoperatie bloot te stellen. Vandaar dat in nauwe samenwerking met de UNMIK-Police organisatie militaire politie, waaronder een detachement van 103EskKmar, wordt ingezet teneinde gezag, orde en stabiliteit terug te brengen in Kosovo. Was er tijdens KFOR 1 nog een heel peloton mee belast, tijdens KFOR 2 is de sterkte met 50% teruggebracht, en werkt er een detachement van elf man van het vierde peloton 103EskKmar in Prizren. Uit berichten van het eerste peloton MP dat in Kosovo werd ingezet begrepen wij dat de KFOR-MP eenheden nog steeds werden ingezet voor de politiedienst in Prizren en dat het niet ondenkbaar was dat na de rotatie, in januari 2000, de Nederlandse MP nog steeds betrokken zou zijn bij de lokale politiezorg.

De marechaussees van 103EskKmar zijn géén opsporingsambtenaar en hebben in Nederland als hoofdtaak verkeersbegeleiding. Het was duidelijk dat er aanvullend opgeleid moest worden. De ervaringen van het eerste MP detachement zijn de hoofdthema’s van de opleiding voor Kosovo geworden. Dit is een opleiding die in eigen beheer is gegeven bij 103 EskKmar, omdat hiervoor geen standaard opleiding bestond. De nadruk lag hierbij op politietaken die niet in het opleidingspakket van de BBT’er zitten. Onderwerpen van de opleiding waren onder andere: schieten Glock/Diemaco, aanhoudingen, fouillering en insluiting, sociale en gevechtspatrouilles, rapportages en verbindingen. De rechercheschool van het OCKMAR verzorgde vakken als wapenkennis, het afzetten PD/plaats ongeval, vingerafdrukken nemen etc. Door de landmacht werd een Missie Gerichte Opleiding verzorgd die meer voorzag in kennis van het gebied en de operatie.

Tot op de dag van vandaag worden de onderwerpen zoals die in de opleiding zijn aangeleerd, bewaakt en zo nodig met het personeel geëvalueerd en bijgestuurd. Met de nadruk op de eigen veiligheid.
De politietaak in Prizren is door KFOR officieel overgedragen aan UNMIK-Police. Echter in verband met de eerder genoemde tekorten is UNMIK in Prizren blij met elke vorm van steun die zij krijgt van KFOR. En omdat Prizren in een Duitse Area of Responsibility (AOR) ligt komt deze steun van de Duitse militaire politie. Deze eenheid wordt aangeduid als “Feldjäger”. De locatie van het Nederlandse Geniehulpbataljon ligt in Prizren, en dus in de Duitse AOR. Vandaar dat de Nederlandse marechaussees steun aan de Duitse Feldjäger leveren voor de politiezorg in de stad. De Nederlandse Marechaussees werken 24 uur per dag mee aan de uitvoering van de politietaak in deze stad.

Zo houden zij onder andere verkeerscontroles, die toch iets verschillen van hoe wij het in Nederland gewend zijn. De Kosovaarse chauffeurs vinden zichzelf de beste van de wereld. Dat is dan ook duidelijk te merken aan het grote aantal autowrakken langs de kant van de weg. Als enige verlichting ‘s nachts hebben zij hun binnenlampje nodig. En om de reflexen te trainen is 80 tot 110 km/u in de stad meer gewoonte dan uitzondering. Met man en macht proberen alle samenwerkende politiediensten hier wat fatsoenlijk verkeersgedrag af te dwingen. In een gebied als Kosovo heeft het bij een verkeersovertreding geen zin om een incasso’tje te sturen, de straatnamen zijn allemaal weggehaald of veranderd. 

Als de gedragingen de spuigaten uitlopen kan de sleutel van de bestuurder door een politieman/ of MP’er (in opdracht van UNMIK) worden afgenomen en wordt zijn auto ter plekke geparkeerd en afgesloten. 24 uur later kan hij de sleutel weer ophalen bij de UNMIK-Police op het lokale politie bureau. Dit is een zeer effectieve maatregel. Niet alleen kan de bestuurder verder gaan lopen, hij is ook nog eens als de dood voor “tszapszarap!” de diefstal van zijn welvaartsuithangbord. Hoewel het KMAR personeel niet is opgeleid voor de planmatige aanhouding van criminelen, nemen zij wel deel aan huiszoekingen. De aanhouding wordt gedaan door gespecialiseerde Duitse of Italiaanse eenheden. Vervolgens wordt o.a. door de KMAR het huis doorzocht waarbij vaak wapens, munitie en/of explosieven worden aangetroffen.

In Prizren geldt nog steeds een curfew, oftewel een avondklok. De gemiddelde Nederlander zal hier een wat wrange smaak bij krijgen, maar het is gebleken dat het een zeer effectief middel is om de bewoners van Prizren te verzekeren van een normale nachtrust. De bewoners van Prizren laten zich dan ook vaak lovend uit over deze maatregel. De avondklok geldt van 00.00 uur tot 05.00 uur en geldt niet voor bepaalde groepen die in deze tijd werken zoals bakkers, ziekenhuispersoneel e.d.
De patrouille van de KMAR die overtreders tegenkomt houdt deze aan, waarna zij overgebracht worden naar het politiebureau, het MP-station. Daar wordt de overtreder ingesloten en de volgende ochtend om 08.45 uur weer vrijgelaten. Meestal verlaat hij het MP-station met een pracht van een kater. Alleen in februari al werden er door 8 marechaussees 57 van dergelijke aanhoudingen verricht.

Het dienst doen in een vreemde omgeving, die gedeeltelijk in puin ligt, waar de elektriciteit vaak uitvalt en het dus aardedonker is, met een heetgebakerde bevolking, is voor de vaak jonge marechaussees een hele ervaring. Zij worden geconfronteerd met alle soorten misdaad op soms onmogelijke tijdstippen. Zo wordt een burenruzie hier niet bevochten met een waterslang over de heg, maar gooi je gewoon een antitankmijn door een openstaand raampje. Het MP detachement is in eerste opzet meegestuurd voor verkeersbegeleidingstaken. Incidenteel worden wij hiervoor ingezet, zoals tijdens de oefening Dynamic Response. Speciaal voor deze oefening is een team van blauwe en groene marechaussee samengesteld die gezamenlijk alle producten van de marechaussee leveren. Een soortgelijke samenwerking vindt ook plaats tijdens de redeployment van de Nederlandse troepen, een giga klus qua verkeersbegeleiding.

Op de locatie Prizren vormen wij het aanspreekpunt voor KMAR zaken in eerste aanleg. Aan de gemiddelde KL-militair is niet uit te leggen dat de marechaussee met blauwe MP-banden ‘groen’ zijn, en met de zwarte armbanden ‘blauw’ (aan wie wel eigenlijk?). Daarom is er voor gekozen een aanspreekpunt voor alle KMAR zaken op Prizren te hebben, waarna wij alle (vermoedelijke) strafbare feiten doorspelen aan de brigade. De brigade gebruikt twee keer in de week onze KMAR post voor het houden van een spreekuur. Dit schept een stuk duidelijkheid naar de Nederlandse militair en is service gericht.

103 EskKmar; van verkeersbegeleiding naar orde, gezag en stabiliteit in Kosovo. Als serviceverlenend bedrijf heeft het MP detachement van 103 EskKmar zich ontwikkelt tot een duizendpoot op voor diverse politietakken op en buiten de compound voor de Nederlandse militair. Door de politie taak in Prizren is het MP detachement ook zelfstandig waardevol voor de echte taak van het 1(NL)Geniehulpbataljon: de humanitaire hulpverlening.

Aan de positieve reacties van de bevolking merken wij dat onze inzet wordt gewaardeerd. Wij verrichten nuttig werk voor de bevolking en hebben het gevoel dat wij een verschil uitmaken.

De Explosieven OpruimingsDienst Defensie (EODD)

Zoals bijna gebruikelijk bij grotere uitzendingen is ook aan 1(NL)Geniehulpbataljon KFOR een EODdet toegevoegd.
Gebruikelijk omdat de werkzaamheden van ons bataljon plaatsvinden in een voormalig oorlogsgebied. En omdat aan deze werkzaamheden en daarbij behorende verplaatsingen risico’s kleven, lopen er op Canauba Hill EOD-ers rond. Het eerste EOD-det was samengesteld uit een marine- en een landmachtteam, het tweede uit een luchtmacht- en een landmachtteam. Reden voor deze samenstelling en voor de uitzendperiode van drie maanden is de hoge uitzenddruk op EOD-personeel. Naast Kosovo is de EOD ook werkzaam in Bosnië en in Cambodja.


Het EODdet is organisatorisch ondergebracht bij de SSVcie maar werkt in opdracht van de Sectie S3. Daarbij treedt C-EODdet op als speciale stafofficier EOD van C-1(NL)Geniehulpbataljon. Naast opdrachten van de Sectie S3 kan eventuele overcapaciteit aangewend worden ter ondersteuning van de Duitse brigade. Ook opdrachten van TF Siroko komen binnen via de brigade.

De werkzaamheden die het EOD-det uitvoert zijn van uiteenlopende aard. Meldingen van aangetroffen explosieven, route-proven, ondersteuning ICTY, markeren van clusterbomvelden, enzovoort. De EOD detachementen van KFOR 2 hebben op die manier ongeveer 400 meldingen uitgevoerd. Alhoewel velen een bijdrage hebben geleverd aan de EOD werkzaamheden mag met name de bijdrage van het geneeskundig peloton niet onvermeld blijven. Door hun inzet waren wij ten allen tijde verzekerd van geneeskundige ondersteuning en goed gezelschap. Complimenten en bedankt.

EODdet KFOR2A

  • Elnt Brouwers
  • Sm Mennik
  • Sm van der Zwet
  • Sm Bai’s
  • Sm Bik
  • Kpl Reniers                                            

EODdet KFOR2B

  • Kap Linschoten
  • Aoo Geval
  • Aoo Bonvanie
  • Aoo van Pelt
  • Sgt 1 Buhrmann
  • Kpl 1 Oosterman

Een aantal dagen uit een weekje EOD

Donderdag 16-03-2000

Sm Bais en Sm van der Zwet gaan eerst naar een woning in Wstrozub waar onder de vloer, toen de bewoners terug kwamen uit het vluchtelingenkamp, op enkele plaatsen graafsporen waren. We zijn hier naar toe gegaan samen met een Duitse MP. Eerst hebben we voorzichtig een aantal planken verwijderd, toen op een richel een stuk vrijgemaakt en van daaruit stap voor stap verder naar de verdachte plaatsen. We hebben er niets verdachts aangetroffen. Hierna zijn we op zoek gegaan naar een local in Donje Potocane die bij een waterput een “bom” zou hebben liggen, maar de local werkt sinds kort in Duitsland en verder wist niemand ervan. Er was nog wat tijd over dus zijn we naar de bom gegaan bij Planeja die de Duitsers aan het opgraven zijn. Op de heenweg kwamen we echter de Duitsers tegen die op weg waren naar beneden omdat door het weer volgens hun niet meer te werken viel. We zijn naar boven gegaan en troffen daar het gat aan met concertina’s er omheen. Smeltwater laat zich daar niet door tegen houden, zodat de put vol water stond. Op de terugweg krijgen we een oproep dat er een mijn gevonden is bij Studencane. We werden door de marechaussee begeleid naar de plaats. Wilde honden hadden echter bezit genomen van de plaats waar de mijn zou liggen en toen we ernaar toe liepen, kwamen er een aantal honden op ons af. We liepen door en voor de zekerheid laadden we onze wapens door. De honden bleven echter op voldoende afstand staan, zodat we zonder problemen de mijn konden vinden. Het blijkt een filterbus van een gasmasker te zijn.

Sm Bik en Sm Mennik zijn naar een melding bij Orahovac, die al enige tijd ligt. Het gaat om een aantal struikeldraden die verbonden zijn met een aantal handgranaatontstekers. Waarschijnlijk is het een geïmproviseerd alarmsysteem.

Maandag 20-03-2000

Sm Bik, Sm Mennik en onze overste Ooms gaan naar een bomblet veld bij Velika Krusa waar een NGO drie bomblets had gelokaliseerd.
Wanneer zij deze bomblets bijna opgeruimd hebben, krijgen zij een spoedmelding. Bij de opslagtanks bij Pirane ligt een mijn. Natuurlijk worden eerst de bomblets ter plaatse opgeblazen. De overste drukt op de knop. Terplaatse gekomen blijkt het te gaan om een gasmaskerfilterbus.
Hierna gaan ze eten bij de Duitsers op kamp Casablanca. Sm Bais en Sm van der Zwet gaan naar Samodraze om een handgranaat op te halen, een tuintje te bekijken, een wijngaard te bekijken en een gerucht van een mijn te onderzoeken. We beginnen met het tuintje. Hier had de eigenaar zelf al het verdachte voorwerp op afstand uit de grond getrokken. Het was geen munitie, maar hij had nog wel een AK-47 magazijn dat in zijn huis had gelegen toen dat in brand had gestaan. Van zijn dochter krijgen we een stuk of 25 klein kaliber hulzen. We moesten koffie drinken, dus duurde het even voor we verder konden.

Hierna gingen we op zoek naar het dorps hoofd, of zoals hij zichzelf noemt de dorps president. In zijn winkeltje krijgen we een BL-755 bomblet zonder ontsteker en dus vragen we waar deze vandaan komt. We worden meegenomen naar een ingestort huis waar hij tussen het puin is gevonden. Ook hier krijgen we koffie en een soort worstjes en praten over de herkomst van de bomblet. Terwijl we daar druk mee bezig zijn komen Elnt Frank Brouwers en Kpl Maurice Reniers binnen.

Na enige tijd kunnen we met goed fatsoen afscheid nemen en gaan Elnt Brouwers en Kpl Reniers weg naar Prizren en gaan Sm Bais en Sm van der Zwet naar een tractor repair shop waar een handgranaat ligt. Het betreft een Italiaanse handgranaat uit de tweede wereldoorlog. Bij de deur van de garage ligt echter een deel van het “skelet” van een BL-755 clusterbom Sm Hans van der Zwet vraagt waar de eigenaar van de winkel deze vandaan heeft. Dat blijkt een berg te zijn ongeveer een kilometer verder en hij zegt dat er nog wel meer liggen. Hierop besluiten Sm Bais en Sm van der Zwet dat ze dat maar eens moeten onderzoeken.

Na een klim in het tempo van iemand die gewend is een berg op te lopen en bovendien geen kogelvrij vest draagt, komen we enigszins gebroken boven en we zien de resten van tenminste vier clusterbommen. Volgens de dorps president waren hier nog geen NATO troepen geweest. We besluiten om hulp in te roepen van het andere team en van Elnt Brouwers en Kpl Reniers. Als ik Elnt Brouwers oproep moet ik drie keer het bericht herhalen, omdat hij het niet kan geloven en Sm Bik en Sm Mennik komen ook direct met de overste Ooms en een ambulance. Er komt een hele stoet de berg op rijden. Na een korte uitleg over wat we hadden gevonden, gaan we in twee groepen kijken waar het bomblet veld begint.

Als we naar beneden lopen vertelt de dorps president mij dat er een boilervat langs de weg ligt wat volgens hem een bom is. We kijken hem wat ongelovig aan, omdat er meer van die troep langs de weg ligt. Hij bleef volhouden, hij wist het 1000% zeker, want er kwamen draden uit en hij moest ontstoken worden met een batterij. Waar we naar de bomblets zochten, vinden we de resten van een vijfde clusterbom en deze ligt in een andere richting. We kunnen er daarom van uit gaan dat er nog wel meer kunnen liggen. We vinden nog drie bomblets, waarvan één in een boom. Die moet uit de boom worden gehaald zodat we ook deze kunnen vernietigen.Als alle bomblets zijn vernietigd gaan we weer naar boven waar de Sm Bik en Sm Mennik zijn begonnen met het boilervat. Al snel blijkt het te gaan om een echte geïmproviseerde scherfbom. Eerst wordt een deksel verwijderd en er komt een substantie tevoorschijn die een penetrante geur verspreidt. De volgende fase onthult 24 blokken TNT van 200 gram met drie slagpijpjes. Sm Bik en Sm Mennik denken dat ze klaar zijn, maar inspectie met een lamp in het vat onthult nog twee, misschien drie BL-755 bomblets. Uiteindelijk halen ze zes BL-755 bomblet uit het vat dus kunnen we ook herleiden wanneer de bom gemaakt is. De bomblets worden vernietigd en er zal een melding worden gemaakt aan overige KFOR eenheden.

Hits: 14